De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie
| Organisatie | NVAO |
Wat is de NVAO?
De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) is een bij verdrag tussen Nederland en Vlaanderen opgerichte publieke instelling die in beide regio’s de kwaliteit van het hoger onderwijs waarborgt.
De NVAO heeft de volgende taken:
• accrediteren van bestaande opleidingen in het hoger onderwijs (beoordelen basiskwaliteit);
• toetsen van nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs (beoordelen te verwachten basiskwaliteit);
• leveren van een bijdrage aan de profilering van opleidingen en instellingen door het toetsen van bijzondere (kwaliteits) kenmerken van bestaande opleidingen;
• voeren van een actief internationaal beleid op het gebied van hoger onderwijs en het onderhouden van internationale contacten om tot afstemming en samenhang te komen;
• uitvoeren van andere aan de NVAO opgedragen werkzaamheden, zoals in Nederland bijvoorbeeld het adviseren over de verlenging van de cursusduur van
masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; • leveren van een bijdrage aan het publieke debat over de ontwikkelingen in het hoger onderwijs, gerelateerd aan de primaire taken van de NVAO.
Wetgeving
In Nederland zijn de taken van de NVAO gebaseerd op de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW): het accrediteren van bestaande opleidingen, het toetsen van nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs en het adviseren over de mogelijke verlenging van master-programma’s in het wetenschappelijk onderwijs. In Vlaanderen vormt het structuurdecreet van april 2003 het uitgangspunt voor accreditatie in het hoger onderwijs.
Wat is accreditatie?
Accreditatie is “het verlenen van een keurmerk dat aangeeft dat aan bepaalde maatstaven is voldaan”. Met de ondertekening van de Bolognaverklaring in 1999 hebben intussen meer dan 45 Europese landen en regio’s besloten om de bachelor-masterstructuur in te voeren in het hoger onderwijs. Voor veel landen, waaronder Nederland en Vlaanderen, was dit aanleiding om een accreditatiestelsel te introduceren, waarmee kan worden vastgesteld of opleidingen voldoen aan criteria voor basiskwaliteit. Nederland en Vlaanderen hebben gekozen voor accreditatie op het niveau van opleidingen, ook om de internationale herkenbaarheid van het hoger onderwijs te vergroten. Dat heeft immers een gunstig effect op de uitwisseling van studenten en de voorbereiding op de internationale arbeidsmarkt.
In Nederland en Vlaanderen is accreditatie een voorwaarde voor bekostiging/financiering van een bachelor- of masteropleiding door de overheid, voor het recht om erkende diploma’s af te geven en in Nederland een voorwaarde voor toekenning van studiefinanciering aan studenten. Nederland en Vlaanderen hebben in 2002 bij het invoeren van de bachelor-masterstructuur en het accreditatiestelsel de bestaande hbo- en woopleidingen van rechtswege geaccrediteerd (overgangssituatie). Afhankelijk van de datum waarop een opleiding voor het laatst is gevisiteerd, komen de opleidingen bij de NVAO langs voor het vernieuwen van de accreditatie, en daarmee voor een nieuwe toetsing. Dit proces is rond 2010 afgerond en dan zijn alle bestaande opleidingen een keer door de NVAO getoetst. Nieuwe hogeronderwijsopleidingen worden sinds 2002 direct aan de NVAO voorgelegd voor een toets nieuwe opleiding.
Accreditatie
Tijdens een accreditatieprocedure (of een procedure voor nieuwe opleidingen) wordt iedere hogeronderwijsopleiding beoordeeld aan de hand van zes onderwerpen, die weer zijn onderverdeeld in facetten en daarbij behorende criteria:
· doelstellingen opleiding
· programma
· inzet van personeel
· voorzieningen
· interne kwaliteitszorg
· resultaten (bij nieuwe opleidingen wordt gekeken naar de condities voor continuďteit)
Openbaar
De besluiten van de NVAO zijn openbaar, evenals het visitatierapport dat aan dat besluit ten grondslag ligt. Alle informatie over de NVAO, de door haar beoordeelde bachelor- en masteropleidingen en vragen en antwoorden over accreditatie vindt u op http://www.nvao.net/.




