Bachelor-Masterstructuur Biedt Nieuwe Mogelijkheden voor WO- en HBO-Studenten
| Auteur | Nienke van Haaren |
| Functie | Algemeen bestuurlid |
| Organisatie | Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) |

Algemene inleiding
Met ingang van het studiejaar 2002/2003 is in het Hoger Onderwijs de bachelor-masterstructuur ingevoerd. Dit gebeurde naar aanleiding van de afspraken die 29 Europese landen in het voorjaar van 1999 hebben gemaakt om onderling tot vergelijkbare graden in het Hoger Onderwijs van Europa te komen en de mobiliteit van studenten daarmee te stimuleren; de Bologna-verklaring. 29 Europese landen hebben daarbij afgesproken dat niet de duur van de opleiding, maar het eindniveau het criterium is voor de internationale vergelijkbaarheid van opleidingen in het hoger onderwijs. Daarnaast zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt op het gebied van kwaliteitszorg en curriculumontwikkeling.
De grootste verandering met de komst van de bachelor-masterstructuur is de nieuwe tweeledige structuur in een bachelor- en een masterdeel van de studie. Hierdoor moet het voor de student makkelijker worden om een tijd in het buitenland te studeren; een student kan bijvoorbeeld na het behalen van een bachelordiploma in Nederland een master in het buitenland volgen.
Inmiddels volgt de grote meerderheid van de Nederlandse studenten in het hoger onderwijs zijn opleiding in de nieuwe bachelor-masterstructuur. De nieuwe structuur brengt voor de hogescholen, universiteiten en de studenten een aantal grote veranderingen met zich mee. De moeilijkheid bij de omschakeling van het oude onderwijssysteem naar de bachelor-masterstructuur was in Nederland het al bestaande verschil tussen het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) en het Wetenschappelijk Onderwijs (WO). Het beroepsgerichte karakter van de opleidingen aan het HBO blijft bestaan in de nieuwe structuur, evenals het wetenschappelijke karakter van de opleidingen in het WO.
Voordelen
De grote voordelen van het nieuwe systeem zijn onder andere de vergrote keuzevrijheid bij het nieuwe keuzemoment, namelijk de master. De student staat als het ware vrij een master te kiezen naar zijn keuze, onafhankelijk van de gevolgde bachelor. Daarnaast bestaan er met de invoering van de nieuwe structuur meer mogelijkheden tot internationalisering tijdens de studie, daar de structuur en de studiepunten in heel Europa erkend zijn.
De vooropleiding
De grootste verandering in de nieuwe structuur is het onderscheid dat nu is ontstaan tussen de bachelor en de master. De student die aan een bacheloropleiding gaat beginnen heeft zijn of haar vooropleiding in het voortgezet onderwijs (Havo of VWO) of het middelbaar beroepsonderwijs gevolgd. De masteropleiding kan pas gevolgd worden na het behalen van het bachelordiploma.
Opleidingen en duur
Het is zowel op het HBO als op het WO mogelijk een bachelordiploma te behalen. Afhankelijk van het soort instelling is de duur van de bacheloropleiding 3 jaar (in het wetenschappelijk onderwijs), dan wel 4 jaar (in het hoger beroepsonderwijs). In het hoger beroepsonderwijs verandert er dus niets qua opleidingsduur vergeleken met het oude systeem; het was altijd vier jaar, en dat blijft zo.
De wetenschappelijke opleiding, waar altijd vier jaar voor stond, verandert met de komst van het bachelor-mastersysteem wel drastisch. De verdeling van de propedeuse (1 jaar) en doctoraal fase (3 jaar) maakt nu plaats voor de verdeling bachelor-master, waarbij de bachelor 3 jaar duurt en afgesloten wordt met een officieel diploma. Daarna bestaat de mogelijkheid voor de student nog een éénjarige, of tweejarige master te volgen. De scheiding van de bacheloropleiding en masteropleiding schept de mogelijkheid pas na een paar jaar werkervaring terug te keren in de collegebanken voor de masteropleiding. Dit wordt door de overheid ook gestimuleerd in het kader van het in het HOOP 2004 (Hoger Onderwijsplan) vastgelegde principe van Leven Lang Leren.
Het staat de student vrij een master te kiezen, deze hoeft niet per definitie aan te sluiten op de gevolgde bachelor. Er zijn echter wel masters die een uitzondering vormen op deze regel. Zie de kop ‘de masteropleiding’.
De masteropleiding
Voor HBO-bachelors
Het is voor een student met een afgeronde bachelorstudie op het HBO mogelijk een masteropleiding te volgen, hiervoor zijn meerdere wegen te bewandelen.
Ten eerste kan de afgestudeerde bachelor-student een master volgen aan een HBO-instelling. Master aan een HBO-instelling hebben een beroepsgericht karakter. Deze masters worden in de regel echter niet bekostigd door de overheid, waardoor aan deze masteropleidingen een vrij duur prijskaartje hangt.
Overigens komen bepaalde maatschappelijk relevante HBO-masteropleidingen, die van belang zijn voor een doelmatig onderwijsaanbod, wel voor bekostiging en studiefinanciering in aanmerking. De overheid bekostigt in ieder geval de huidige voortgezette HBO-opleidingen die naar masteropleidingen worden omgezet. Dat zijn bijvoorbeeld de voortgezette kunstopleidingen. Studenten die voor een HBO-master kiezen kunnen overigens wel de studiefinancieringsrechten meenemen die ze eventueel hebben overgehouden na hun bacheloropleiding. Bij de keuze voor deze master moet je goed nagaan of de investering het waard is, of dat een bekostigde master aan de universiteit wellicht meer mogelijkheden biedt. Daarnaast is het belangrijk dat de master-opleiding erkend en dus geaccrediteerd is door de overheid. Is dit niet het geval, dan zal je aan het eind van de opleiding de titel ‘master’ niet mogen voeren.
Daarnaast is het mogelijk tijdens de bacheloropleiding een voorbereidingstraject voor een specifieke master (op WO-niveau) te volgen – voor zover die bestaan, want deze zijn nog volop in ontwikkeling – waardoor er zonder problemen en zonder het ontbreken van Academische vaardigheden overgestapt kan worden op een masteropleiding. Nadeel hiervan is dat je vrij vroeg moeten weten wat je wilt gaan studeren in de masteropleiding. Het voordeel hiervan is dat de master door de overheid bekostigd wordt. De derde en laatste mogelijkheid voor HBOafgestudeerden is het volgen van een master op wetenschappelijk niveau: op een universiteit. Hiervoor is in de meerderheid van de gevallen een schakeljaar noodzakelijk om ontbrekende kennis en academische vaardigheden bij te spijkeren. Dit schakeljaar wordt niet bekostigd, de master die daarna gevolgd wordt wel.
Voor WO-bachelors
Een student met een afgeronde bacheloropleiding aan de universiteit kan in principe elke masteropleiding volgen op de universiteit. De master moet gezien worden als de verdieping na de vrij brede bachelor. Er zijn verschillende soorten masters te volgen, allemaal met een eigen accent of karakter. Echter, alle masters aan het WO hebben een wetenschappelijk karakter. Zo is er de keuze tussen een aansluitmaster, een onderzoeksmaster, een duale master, een topmaster, een postinitiële master of een educatieve master (lerarenopleiding). De aansluitmaster is het logische vervolg op de bachelor-opleiding; de stof zal aansluiten op het geleerde in de bachelor. De onderzoeksmaster concentreert zich op het onderzoek binnen het vakgebied van de bachelor. Bij de duale variant volg de master en werk je ernaast. De top-master wordt gekarakteriseerd door het hoge niveau van de opleiding. Hiervoor zal je als student geselecteerd moeten worden.
Er bestaan in het WO ook post-initiële masters. Dit zijn masteropleidingen die niet direct aansluiten op een of meer bepaalde bacheloropleidingen. Ze zijn in principe bedoeld als voortgezette opleiding voor studenten die na een initiële hogere opleiding één of meer jaren hebben gewerkt. Post-initiële masters worden niet bekostigd. Studenten die na afronding van hun studie nog studiefinancieringsrechten hebben, zouden deze nog kunnen gebruiken voor geaccrediteerd postinitieel onderwijs.
De meeste aansluitmasters beslaan één studiejaar; de andere varianten beslaan één tot twee jaar. Idealiter beslaat de gehele studie (bachelor en master) vier jaar; gelijk aan het oude systeem. Het zijn ook deze vier jaar die bekostigd worden, ongeacht of de master meer dan één jaar beslaat. Er zijn echter uitzonderingen voor bepaalde opleidingen. Het betreft hier vooral bèta-opleidingen.
De student is bij de keuze voor een specifieke master niet gebonden aan een instelling, of aan Nederland. Het is zelfs mogelijk om een master te volgen die buiten het vakgebied van de bachelor valt. Daarvoor moet dan eventueel wel een tussenjaar voor gevolgd worden om de nodige basiskennis bij te spijkeren. Het is dan ook raadzaam, als de master van jouw keuze afwijkt van de gevolgde bachelor, contact op te nemen met de desbetreffende faculteit, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Titulatuur
Doordat zowel binnen het HBO als in het WO een bachelordiploma behaalt kan worden bestaat er onduidelijkheid met betrekking tot de titulatuur van afgestudeerden. Voor beide niveaus is de titel bachelor van toepassing. Binnen het WO wordt aan deze titel ‘of Arts’ of ‘of Science’ toegevoegd, afhankelijk van de gevolgde opleiding. Deze toevoeging geldt ook voor de master, met als uitzondering dat ‘drs’, ‘mr’ en ‘ir’ ook gevoerd mogen blijven worden. Bij de bachelor- of masteropleidingen aan het HBO wordt het vakgebied of beroepenveld toegevoegd aan de termen ‘bachelor’ en ‘master’. De toevoegingen ‘of Arts’ en ‘of Science’ blijven behouden aan het wetenschappelijk onderwijs.




