Universiteit van Amsterdam
Psychologie
De eenjarige master Psychologie staat in het teken van de specialisatie: je wordt opgeleid tot psycholoog. Naast specialistische cursussen bestaat het masterjaar voornamelijk uit je afstudeeropdracht. Studenten lopen een interne of externe stage en voeren zelfstandig een onderzoek uit en doen hier verslag van (werkstuk). Na afronding van de master kun je je Master of Science in de Psychologie noemen.
Het masterjaar sluit aan op het derde bachelorjaar, waarin je al een jaar lang vakken hebt gevolgd in de gekozen specialisatie. In het gehele bachelorprogramma heb je brede kennis gekregen van de psychologie en haar deelgebieden. Verder heb je een grondige onderzoekstraining gehad met de bijbehorende onderzoekstechnieken, en beschik je over academische vaardigheden. In het derde studiejaar heb je een specialisatie gekozen en heb je gedurende een jaar brede en specialistische kennis opgedaan van een deelgebied in de psychologie.
In het masterjaar ligt de nadruk op zelfstandig werken en wordt de meeste tijd besteed aan een stage en het zelfstandig uitvoeren van een onderzoek, uitmondend in het werkstuk. Verder volg je tijdens je master specialistisch onderwijs dat voortbouwt op de opgedane kennis in het derde bachelorjaar.
bachelor Psychologie aan de UvAv
bachelor Psychologie aan een andere universiteit
universitair bachelordiploma anders dan Psychologie
De master Psychologie kent acht specialisatiemogelijkheden, te weten:
Arbeids- en organisatiepsychologie (incl. psychologie van Arbeid en gezondheid)
Klinische psychologie
Ontwikkelingspsychologie (incl. Diagnostiek in de ontwikkelingspsychologie)
Psychologische methodeleer
Psychonomie
Sociale psychologie
Klinische ontwikkelingspsychologie (KLOP)
Klinische neuropsychologie (KNP) Studieprogramma van de master Psychologie
1. Specialisatiecursussen (24 studiepunten)
2. Stage (10-17 studiepunten)
3. Werkstuk (18-25 studiepunten)
4. Colloquia (1 studiepunt)
In de master Psychologie ga je verder met de specialisatie die je hebt gekozen in het derde bachelorjaar. Elk specialisatieprogramma bevat vier soorten onderdelen, waarbij de laatste drie samen de afstudeeropdracht vormen:
1. Specialisatiecursussen (24 studiepunten)
Dit zijn specialistische onderdelen die voortbouwen op de verplichte vakken van de gekozen specialisatie in het derde bachelorjaar. In de meeste gevallen kun je vrij kiezen uit een breed aanbod, soms ben je verplicht om bepaalde vakken te kiezen in het kader van routes of aantekeningen die je wilt behalen. Het aanbod vind je per specialisatierichting in de studiegids; zie onderstaande verwijzing.
Verwijzingen
Informatie van de onderwijsbalie Psychologie
2. Stage (10-17 studiepunten)
Er worden twee soorten stages onderscheiden: de praktijkstage en de onderzoeksstage.
Een praktijkstage wordt gelopen bij een psycholoog in een organisatie of instelling en ligt inhoudelijk op het gebied van de gekozen afstudeerrichting. De stagewerkzaamheden dienen van psychologische aard te zijn en de supervisie moet in handen zijn van een psycholoog binnen de instelling. Na een inwerkperiode moet de student in staat zijn de werkzaamheden, die liggen op het terrein van de psycholoog, met een redelijke mate van zelfstandigheid uit te voeren.
Een onderzoeksstage betreft doorgaans het onder begeleiding van een onderzoeker uitvoeren van onderdelen van lopend onderzoek. Deze stage kan zowel binnen als buiten de universiteit worden gelopen. De uiteindelijke supervisie berust echter altijd bij een docent van de afstudeerrichting.
Overigens is het ook mogelijk om langer stage te lopen. Binnen de klinische richtingen is het zelfs eerder regel dan uitzondering om een stage te lopen van meer dan 17 studiepunten. Het kan erop uitdraaien dat je hierdoor meer punten haalt dan vereist is, omdat het minimum van 18 studiepunten voor het werkstuk blijft gelden.
3. Werkstuk (18-25 studiepunten)
Het werkstuk is een (empirisch) onderzoek naar een psychologische vraagstelling, dat de student bedenkt, voorbereidt, uitvoert en beschrijft onder begeleiding van een docent. De volledige empirische cyclus wordt doorlopen. Dit houdt in dat de student het onderzoek, inclusief het onderzoeksdesign (mede) opzet, de gegevens verzamelt en analyseert en een onderzoeksrapport schrijft.
4. Colloquia (1 studiepunt)
In het kader van de afstudeeropdracht dient elke student te voldoen aan de colloquiumeis: er moeten twintig colloquia worden bijgewoond. Overigens kun je al in de bachelorfase starten met het volgen van colloquia. De colloquiumkaart waarop de colloquia worden afgetekend, is af te halen bij de onderwijsbalie.
Verwijzingen
Onderwijsbalie Psychologie
Studieprogramma van de master Psychologie
1. Specialisatiecursussen (24 studiepunten)
2. Stage (10-17 studiepunten)
3. Werkstuk (18-25 studiepunten)
4. Colloquia (1 studiepunt)
In de master Psychologie ga je verder met de specialisatie die je hebt gekozen in het derde bachelorjaar. Elk specialisatieprogramma bevat vier soorten onderdelen, waarbij de laatste drie samen de afstudeeropdracht vormen:
1. Specialisatiecursussen (24 studiepunten)
Dit zijn specialistische onderdelen die voortbouwen op de verplichte vakken van de gekozen specialisatie in het derde bachelorjaar. In de meeste gevallen kun je vrij kiezen uit een breed aanbod, soms ben je verplicht om bepaalde vakken te kiezen in het kader van routes of aantekeningen die je wilt behalen. Het aanbod vind je per specialisatierichting in de studiegids; zie onderstaande verwijzing.
Verwijzingen
Informatie van de onderwijsbalie Psychologie
2. Stage (10-17 studiepunten)
Er worden twee soorten stages onderscheiden: de praktijkstage en de onderzoeksstage.
Een praktijkstage wordt gelopen bij een psycholoog in een organisatie of instelling en ligt inhoudelijk op het gebied van de gekozen afstudeerrichting. De stagewerkzaamheden dienen van psychologische aard te zijn en de supervisie moet in handen zijn van een psycholoog binnen de instelling. Na een inwerkperiode moet de student in staat zijn de werkzaamheden, die liggen op het terrein van de psycholoog, met een redelijke mate van zelfstandigheid uit te voeren.
Een onderzoeksstage betreft doorgaans het onder begeleiding van een onderzoeker uitvoeren van onderdelen van lopend onderzoek. Deze stage kan zowel binnen als buiten de universiteit worden gelopen. De uiteindelijke supervisie berust echter altijd bij een docent van de afstudeerrichting.
Overigens is het ook mogelijk om langer stage te lopen. Binnen de klinische richtingen is het zelfs eerder regel dan uitzondering om een stage te lopen van meer dan 17 studiepunten. Het kan erop uitdraaien dat je hierdoor meer punten haalt dan vereist is, omdat het minimum van 18 studiepunten voor het werkstuk blijft gelden.
3. Werkstuk (18-25 studiepunten)
Het werkstuk is een (empirisch) onderzoek naar een psychologische vraagstelling, dat de student bedenkt, voorbereidt, uitvoert en beschrijft onder begeleiding van een docent. De volledige empirische cyclus wordt doorlopen. Dit houdt in dat de student het onderzoek, inclusief het onderzoeksdesign (mede) opzet, de gegevens verzamelt en analyseert en een onderzoeksrapport schrijft.
4. Colloquia (1 studiepunt)
In het kader van de afstudeeropdracht dient elke student te voldoen aan de colloquiumeis: er moeten twintig colloquia worden bijgewoond. Overigens kun je al in de bachelorfase starten met het volgen van colloquia. De colloquiumkaart waarop de colloquia worden afgetekend, is af te halen bij de onderwijsbalie.
Verwijzingen
Onderwijsbalie Psychologie
- Instromen op grond van een bachelor Psychologie aan de UvA
Een student met een bachelordiploma Psychologie behaald aan de UvA kan zonder meer doorstromen naar de eenjarige master Psychologie, en de in de bachelor gekozen specialisatie voortzetten en afronden.
Verwijzingen
Aanmeldingsprocedure
- Instromen op grond van een bachelor Psychologie aan een andere universiteit
Studenten die buiten de UvA een Bachelor of Science Psychologie hebben voltooid, kunnen instromen, maar zullen eventueel defici?nties moeten wegwerken. Een belangrijke eis is het bezitten van specialistische kennis met de omvang van een jaar (60 studiepunten), die aansluit bij de specialisatie in de master en die gelijkwaardig is aan de specialistische kennis die in het derde studiejaar van de bachelor Psychologie aan de UvA wordt opgedaan. Er is een toelatingscommissie die per student de opgedane kennis, inzicht en vaardigheden onderzoekt en beoordeelt. Aanvragen dienen voor 1 juni te worden ingediend bij een van de studieadviseurs.
Verwijzingen
Contactgegevens
Aanmeldingsprocedure
- Instromen op grond van een universitair bachelordiploma anders dan Psychologie
Studenten die een andere bachelor aan de universiteit hebben behaald, kunnen niet worden toegelaten tot de master Psychologie, omdat men de noodzakelijke voorkennis mist. Als men toch psychologie wil studeren, moet met het bachelorprogramma Psychologie worden gestart. Men kan wel in aanmerking komen voor vrijstellingen. Het aantal vrijstellingen wordt natuurlijk hoger naarmate de gevolgde opleiding meer verwantschap heeft met psychologie, bijvoorbeeld Pedagogiek.
Meer informatie vind je in de brochure Vrijstellingen, die je via onderstaande verwijzing kunt downloaden.
Verwijzingen
Brochure Vrijstellingen (in PDF-formaat)
Aanmeldingsprocedure
- Instromen op grond van een hbo-bachelordiploma
Ook voor hbo-studenten die de master willen volgen, geldt dat zij in het eerste bachelorjaar moeten beginnen. Voor studenten met een hbo-bachelordiploma bestaat er geen schakelprogramma dat versneld toegang tot de master biedt, omdat er geen enkele hbo-opleiding bestaat die dermate overlapt met de universitaire opleiding Psychologie dat een dergelijk programma verantwoord te maken is. Studenten missen doorgaans een te groot deel van de inhoudelijke kennis en daarnaast de volledige wetenschappelijke training waar in de psychologie zo sterk de nadruk op ligt.
Wel zijn er enkele vrijstellingen mogelijk, afhankelijk van de gevolgde hbo-opleiding. Zie voor meer informatie de vrijstellingenbrochure, die je kunt downloaden via onderstaande verwijzing.
Verwijzingen
Brochure Vrijstellingen (in PDF-formaat)
Aanmeldingsprocedure
Wiskunde-eis
Overigens moeten alle studenten zonder vwo-diploma met wiskunde voldoen aan de wiskunde-eis: men moet voor de start van de studie het wiskunde-niveau op vwo-niveau hebben gebracht. Zie voor meer informatie hierover de wiskunde brochure, die je via onderstaande verwijzing kunt downloaden.
Je wordt tot psycholoog opgeleid. De mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn groot. Waar je terechtkomt, is mede afhankelijk van je afstudeerrichting.
Arbeids- en organisatiepsychologen kunnen bijvoorbeeld organisatieadviseur of Hoofd opleiding en training worden. Als klinisch psycholoog kun je diagnosticus of hulpverlener worden. Dit geldt ook voor ontwikkelingspsychologen, maar als je voor deze richting kiest, ben je meer ge?nt op kinderen.
Als afgestudeerd methodoloog kun je methodologisch adviseur of onderzoeker worden, als psychonoom onderzoeksmedewerker bij een farmaceutisch bedrijf of als medewerker op het gebied van informatisering. Ben je afgestudeerd in de sociale psychologie, dan kun je bijvoorbeeld trainer sociale vaardigheden of onderzoeksmedewerker bij een marketing- of reclamebureau worden. Het zijn slechts enkele grepen uit de vele mogelijkheden.
De ervaring wijst verder uit dat veel afgestudeerde psychologen in algemene beroepen terechtkomen. Elke afstudeerrichting wijdt in de studiegids aandacht aan de beroepsperspectieven en mogelijkheden na afronding van de specialisatie. De studiegids vind je via onderstaande verwijzing.

