Universiteit van Amsterdam
Lerarenopleidingen
In dit traject kiest de student ervoor om twee masters te combineren: de vakinhoudelijke master (een doorstroom- of een andere vakinhoudelijke master) en de master lerarenopleiding. Het programma voor beide masters wordt gespreid over twee jaren. In dit traject dient ?n de Vakinhoudelijke Master ?n de Master Lerarenopleiding te worden afgerond om het getuigschrift van de lerarenopleiding te kunnen behalen.
Je bent goed thuis in je eigen vakgebied en vertelt er graag over. Je vindt het zinvol om kennis over te dragen en het motiveert je om anderen te helpen iets onder de knie te krijgen. Maar je wilt ook je beroepsperspectieven openhouden: niet op ??n paard wedden, maar je bekwamen in een opleiding die perspectief biedt op verschillende werkterreinen.
Het volgen van een lerarenopleiding tijdens de masterfase is dan een aantrekkelijke beroepskeuze. In het onderwijs is namelijk grote behoefte aan academisch opgeleide docenten. En hoewel iemand die eenmaal gegrepen is door het leraarschap het onderwijs vaak niet meer verlaat, zijn er ook andere beroepsmogelijkheden. Want mensen die kennis van zaken hebben, die kunnen organiseren, overdragen, enthousiasmeren en inspireren, die in een team willen werken en toch heel zelfstandig opereren: die zijn overal in trek.
Op het Instituut voor de Lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam kun je tweemaal per jaar, in augustus en in januari, beginnen aan de lerarenopleiding in een van de 23 schoolvakken:
- Aardrijkskunde
- Algemene economie
- Arabisch *
- Bedrijfseconomie
- Biologie
- Cultuurgeschiedenis van het christendom *
- Duits
- Engels
- Filosofie
- Frans
- Geschiedenis
- Hebreeuws *
- Italiaans *
- Klassieke talen
- Kunstgeschiedenis en culturele kunstzinnige vorming
- Latijn en klassieke culturele vorming
- Maatschappijleer
- Natuurkunde
- Nederlands
- Russisch *
- Scheikunde
- Spaans
- Wiskunde
* start eenmaal per jaar
Met de lesbevoegdheid op zak kun je lesgeven aan alle niveaus in het voortgezet onderwijs en in het hoger onderwijs.
Ongeveer de helft van de opleiding - uitgedrukt in studielast - speelt zich af in de dagelijkse praktijk van een school voor voortgezet onderwijs. Dit praktijkdeel kun je invullen met een stage op een school waarmee het ILO een samenwerkingsverband heeft, maar ook met een eigen (betaalde) baan in het voortgezet onderwijs.
De andere helft van de opleiding vindt plaats op het ILO zelf. Dit zogeheten instituutsdeel begint altijd met een startweek waarin je kennismaakt met het ILO. Ook volg je dan workshops om je voor te bereiden op de schoolpraktijk, want daarmee begin je direct na de startweek.
Het opleidingsprogramma ondersteunt je bij het leren in de praktijk. Uiteraard is er veel aandacht voor alles wat je eigen schoolvak betreft en voor het complexe geheel aan vaardigheden waarover een goede leraar moet beschikken. Je voert ook zelf onderzoek uit rond vakdidactische of onderwijskundige vragen waar je als leraar tegenaan loopt en je ontwerpt ?leeromgevingen? die je ook zelf realiseert, evalueert en bijstelt. Met al die activiteiten ontwikkel je een eigen profiel als eerstegraads leraar. Goede leraren zijn er immers in vele soorten en maten.
Het is mogelijk om je naast je opleiding tot vakdocent te specialiseren in een specifiek schooltype door middel van cursussen zoals Lesgeven in het hbo of Lesgeven in het vmbo. Daarnaast biedt het ILO de specialisatiemodule Engels als instructietaal en modules om je kennis te verbreden of verdiepen zoals Docent in Europa en De multiculturele klas. Door te kiezen voor een ?zwaartepunt CKV?, kunnen talenstudenten zich voorbereiden op een mogelijk leraarschap in het vak Culturele Kunstzinnige Vorming.
Voltijd en deeltijd
De lerarenopleiding kun je zowel in voltijd als in deeltijd volgen. Ook het startmoment kun je bij het overgrote deel van de vakken zelf bepalen: augustus of februari. Je kunt beginnen direct na afronding van je vakmaster; deze postmaster lerarenopleiding duurt ??n jaar in voltijd en anderhalf jaar in deeltijd. Voortvarende deeltijders kunnen onderweg overigens versnellen.
Keuzevak Didactiek en communicatie in de bachelorfase
Binnen de bachelorfase bieden alle faculteiten aan de UvA in samenwerking met het ILO het keuzevak Didactiek en communicatie aan. In dit keuzevak, dat je volgt in het tweede studiejaar, kun je je ori?nteren op het brede beroepenveld van communicatie en educatie rond de vakdiscipline waarin je afstudeert. Zo kun je kijken of een toekomst in het onderwijs iets voor jou is. En als je besluit aan de lerarenopleiding te beginnen, kom je ook beter beslagen ten ijs. Het ILO beveelt het keuzevak Didactiek en communicatie, dat tien studiepunten omvat, dan ook ten sterkste aan.
Minor Educatie
Het keuzevak Didactiek en communicatie geldt als ingangseis om toegelaten te worden tot het vervolg van de minor Educatie. Dit tweede deel van de minor volg je tijdens het derde jaar van je bacheloropleiding. Je brengt er de studielast van de lerarenopleiding die je aansluitend gaat volgen - als postmaster of als combimaster - mee terug van 60 studiepunten naar maximaal 40.
De minor Educatie is bedoeld voor studenten van de volgende faculteiten:
- Geesteswetenschappen,
- Gedrag en Maatschappij en
- Economie en Bedrijfskunde.
De Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica heeft dit traject ondergebracht in een eigen opleidingsvariant tijdens de masterfase: de communicatie-/educatievariant.
Ook als je geen leraar wilt worden, biedt de minor Educatie je de gelegenheid om educatieve vaardigheden te verwerven, je favoriete onderwerp om te zetten in aantrekkelijk materiaal en inzicht te krijgen in vakdidactische en onderwijskundige concepten. Die vaardigheden en inzichten zijn nuttig in allerlei situaties waarin informatieoverdracht plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld aan werken bij educatieve uitgeverijen, in de museum- en erfgoededucatie of de (onderwijs)journalistiek
Je kunt de lerarenopleiding (master Leraar VHO) volgen op basis van een afgeronde universitaire masteropleiding in een van de 23 schoolvakken waarin de UvA de lerarenopleiding verzorgt.
In alle gevallen is het raadzaam om je al tijdens de bachelorfase op het leraarschap te ori?nteren, bijvoorbeeld door het keuzevak Didactiek en communicatie of de minor Educatie te volgen. Met de minor kun je de studielast van de lerarenopleiding terugbrengen van 60 studiepunten naar maximaal 40.
Als leraar VHO (voorbereidend hoger onderwijs) ben je meer dan een master op jouw vakgebied. Je bent ook een meester in het leren, een zelfstandige professional die voor de ontwikkeling van zijn vak, zijn school en het onderwijs in het algemeen iets extra?s kan betekenen.
Maar ook buiten het onderwijs ben je met de lerarenopleiding van onschatbare waarde, bijvoorbeeld in communicatiefuncties, als professioneel trainer (in een veel breder werkgebied dan dat van je vakmaster) en in het ontwikkelen van educatief materiaal voor scholen, opleidingen, uitgevers en bedrijven.

